• " Aangezien wij dan naar het rechtvaardig oordeel Gods tijdelijke en eeuwige straf verdiend hebben, is er enig middel, waardoor wij deze straf zouden
    "
    H.C. Zondag 5 v/a 12 en 13
  • " Dankende den Vader, Die ons bekwaam gemaakt heeft, om deel te hebben in de erve der heiligen in het licht; Die ons getrokken heeft uit de macht der duisternis " Kolossenzen 4 : 12 en 13a

Meer over Kerkdiensten

Morgendienst, Bediening Heilig Avondmaal

Dienst

10 dec2017 09:30

Ds. A. Kos

Vragen ter overdenking/bespreking

Schriftlezing: Mattheüs 27: 37 - 46    Kerntekst: Mattheüs 27: 45, 46
Thema: Toen het licht doofde 
 
Vragen
1. (Voor kinderen): Het werd aardedonker op Golgotha. 
a. Waarom?
b. Hoe kan dit toch het licht zijn, waarvan Jesaja sprak in de tekst van vorige week: ‘Het volk dat in duisternis wandelt, zal een groot licht zien.’
2. Praat eens door over de volgende twee zinnen uit het avondmaalsformulier: 
‘aangezien de toorn van God tegen de zonde zo groot is, dat Hij die – eer Hij ze ongestraft liet blijven – aan Zijn lieve Zoon Jezus Christus met de bittere en smadelijke dood van het kruis gestraft heeft.’
‘… en heeft Zich vernederd tot in de allerdiepste versmaadheid en angst van de hel, met lichaam en ziel, aan het kruishout, toen Hij riep met luide stem: ‘Mijn God, Mijn God, waarom hebt U Mij verlaten? opdat wij tot God genomen en nimmermeer van Hem verlaten zouden worden.’ 
3. In Christus zien we het hart van de Vader. Wat zeggen we daarmee? 
4. Vanavond gaat de preek over Jesaja 50: 10: ‘Wie is er onder u, die de HEERE vreest, die naar de stem van Zijn Knecht hoort? Als hij in de duisternissen wandelt en geen licht heeft, dat hij betrouwe op de Naam van de HEERE en steune op zijn God’ Met als thema: Als alle lichten doven.
a. Wat is de relatie met de tekst van vanmorgen?
b. Wat is de relatie met het Heilig Avondmaal?
 

Om over na te denken (in relatie tot de avonddienst, van Calvijn):

Calvijn schrijft bij Romeinen 4: 21 het volgende: 
‘Wij zullen ook gedenken, dat wij in dezelfde omstandigheden zijn als Abraham was. Al wat wij om ons heen zien, strijdt tegen Gods beloften. 
Hij belooft onsterfelijkheid, maar we worden met sterfelijkheid en verderving omringd.
Hij verkondigt, dat Hij ons acht voor rechtvaardig en wij zijn met zonden beladen.
Hij betuigt, dat Hij ons genadig en goedwillig is en de uitwendige oordelen dreigen ons met de toorn van God.
Wat zullen wij dan doen? Wij moeten onszelf en al wat het onze is, met gesloten ogen voorbijgaan, opdat ons geen ding verhinderen, noch verachteren dat wij geloven dat God waarachtig is. 
  • © hersteld hervormde kerk 2018

Ontwerp en realisatie: