"Indien Uw aangezicht niet medegaan zal, doe ons vanhier niet optrekken" (Ex. 33:15).

Een gezegende reis.

Door Gods genade mochten we een nieuw jaar ingaan. Het jaar onzes HEEREN 2005. Een nieuw jaar… Er worden vaak al zoveel plannen gemaakt. Plannen voor de vakantie, plannen voor een verbouwing, plannen voor de studie. Misschien wel trouwplannen. We kunnen heel wat voorstellingen maken over hetgeen we willen gaan doen. Maar wat zal de werkelijkheid zijn? Wat zal er uiteindelijk van terecht komen?

Want de mens is maar een mens van de dag. We kunnen niet in de toekomst kijken. Nog geen seconde. En dat kan heel benauwend zijn. Want wat zal er dit jaar gebeuren? Welke wegen zullen we dit jaar moeten bewandelen? Door welke diepten zullen we heen moeten gaan? Wie zullen dit jaar de gang naar het kerkhof moeten maken? En dat kan ervoor zorgen dat we liever pas op de plaats maken. En toch moet een mens verder… we zijn gebonden aan de tijd… en de tijd tikt door…

Voor Mozes was de situatie niet anders. Hij moest ook optrekken. Hij moest ook verder. We lezen daarvan in het 1e vers: "Ga heen, trek op vanhier." Dat was het bevel des HEEREN. Mozes moest met het volk opgaan. Maar alléén konden zij dat niet.

"Alleen?", zo zegt u nu misschien. "Alleen? Het volk was toch met Mozes, Mozes had toch genoeg mensen om hem heen. Sterke mannen…" En het is waar; Mozes had wel mensen op hem heen. Maar dat was niet genoeg. Met hen kon hij deze reis niet maken. Alléén wanneer de gezegende God met hen op zou gaan, kon Mozes de reis aangaan. Alleen wanneer de Almachtige God met Mozes en het volk op zou trekken, zou het een gezegende reis worden.

En wat een les vinden wij hierin voor ons allen. Wie zou ook maar één seconde in de toekomst kunnen kijken? Wie zou onze toekomstige wegen na kunnen gaan? Geen mens is daartoe in staat. Ook Mozes niet. En voordat Mozes opgaat, zoekt hij eerst het aangezicht des HEEREN. Laat het met ons toch niet anders wezen. Laat het met ons toch zo zijn, dat we eerst het aangezicht van de HEERE zoeken, vóórdat we ergens naar toe gaan. Dat we eerst om Zijn bewaring en zegen smeken, vóórdat we op pad gaan. Dagelijks, wanneer een reis naar school of het werk wordt ondernomen. Maar ook aan het begin van een nieuw jaar. Want dan vangt u de reis in afhankelijkheid aan.

Zoek daarom eerst het aangezicht van God Almachtig, om dit jaar in te mogen gaan. Om te smeken of Hij met u optrekt. Voor uzelf. Maar ook voor het gezin. Voor Zijn kerk. Voor het vaderland. Eerst op de knieën… en daarna opgaan.

En nu vraagt u zich misschien af: "Maar hoe zou dat kunnen? Ik heb het totaal verzondigd. Ik heb geen recht op Gods bemoeienis met mij… ik heb er geen recht op dat Hij met mij op gaat, dat Hij mij wil ondersteunen".

Het volk had daar ook totaal geen recht op. Het volk had het totaal verzondigd… Het volk had zichzelf afgoden gemaakt… het gouden kalf. Het volk had er dan ook geen recht op dat God nog met hen op wilde gaan. En toch doet Hij het. Omdat Hij in Zijn genade nog op het volk neer wilde zien. Omdat de voorbidder Mozes voor het volk pleitte. En dat is nu ook de reden dat u, dat jij de mogelijkheid hebt om tot deze God te bidden. En dat Hij nog met u op zou kunnen gaan.

Want laten we nog maar eens terugzien op de dagen die achter ons liggen. Het Kerstfeest. In de kribbe werd de Zaligmaker der wereld geboren. De grote Voorbidder… Hij, Die voor Zijn volk bidt. Dat is de reden dat wij ons mogen richten tot de Almachtige en Lankmoedige God. Dóór deze grote Voorbidder. Pleitend op Zijn volbrachte verzoeningswerk, kunt u zich tot God richten. Omwille van hetgeen Hij gedaan heeft. Dat is nu de enige redding voor een verloren zondaarsvolk. Dat Hij gedaan heeft, wat dat volk nooit zou kunnen volbrengen.

En wanneer Hij met u optrekt, dan kunt u de reis ook aan. Ook het komende jaar. Dan zullen de wegen door de diepten heen gaan. Dan zullen de paden zwaar zijn. Maar dan weet u één ding: "de HEERE is mijn Herder, mij zal niets ontbreken". Want dan zal Hij met u, met jou gaan. En zelfs wanneer het einde van uw levenspad bereikt wordt, en u bij de doodsjordaan aankomt… dan zal Hij ook met u gaan… Hij zal u door de doodsjordaan heen dragen, want Hij zal niet laten varen de werken Zijner handen. In dit leven niet. Maar ook in het stervensuur niet. Hij zal met u gaan. Laten we het daarom vóór alles bij deze HEERE der heirscharen zoeken. Onze schuld belijdend… Hem smekend om genade en ontferming… Dan kunnen we plannen maken, dan kunnen we voorstellingen maken. Maar dan wordt er wel iets voor gezet: "Deo Volente". Zo God het wil. Dan zal er in afhankelijkheid gezongen en gebeden worden: "Ik zet mijn treden in Uw spoor, opdat mijn voet niet uit zou glijden. Wil mij voor struikelen bevrijden, en ga mij met Uw heillicht voor".Kent u, ken jij die afhankelijkheid al? De HEERE schenke ons een rijk en gezegend nieuw jaar.


Sommelsdijk 01-01-2005
Kandidaat B.D. Bouman


Om de vorige meditaties na te lezen klik hier.