voor u gelezen.
H E T G E S L A C H T V A N J E Z U S C H R I S T U S
Lezen: Mattheüs 1 : 1 - 17
Zingen: Psalm 105 : 4 en 5
Lofzang van Zacharias : 1 en 2
Lofzang van Maria : 3 en 7a
Tekst: Mattheüs 1 : 1
Het boek van het geslacht van Jezus Christus, de Zoon van David, de Zoon van Abraham.
Geslachtsregisters in de Bijbel behoren niet tot de meest geliefde leesstof.
We hebben de neiging om ze maar gauw over te slaan.
Al die namen! Wat heb je eraan?
En toch....Mattheüs begint zijn Evangeliebeschrijving met een geslachts-register.
U vraagt: "Wat heeft zo'n dorre opsomming van een reeks namen nu met Evangelieverkondiging te maken?
Waarom doet Mattheüs dat?"
Al van jongsaf aan werd ons bijgebracht, dat er niets te veel, ook niets te weinig in de Bijbel staat.
De Heilige Geest heeft dan ook ongetwijfeld een bedoeling met het opnemen van geslachtsregisters in de Bijbel.
De Joodse traditie kende twee motieven voor het opstellen van een stamboom.
Over het eerste motief lezen we in de tijd van Ezra en Nehemia.
De Joden werden toen alleen tot de tempel toegelaten als ze via een stamboom hun vlekkeloze afkomst konden aantonen (Ezra 2:62). De oudsten van het volk moesten daarbij de juistheid van die stambomen controleren.
Het tweede motief was, om vanuit zo'n stamboom te kunnen opmaken uit welk geslacht de Bevrijder van het volk, de beloofde Messias, zou worden geboren.
Als U nu weet, dat Mattheüs zijn Evangelie schreef voor z'n eigen volk, voor de Joden dus, dan zult U ook begrijpen, waarom hij begint met: "Het boek van het geslacht van Jezus Christus, de Zoon van David, de Zoon van Abraham."
Hij wilde daarmee de zuiverheid, de betrouwbaarheid van Jezus' afkomst aantonen.
Ook wilde hij bewijzen, dat Jezus, als een echte Zoon van het Joodse volk, de Messias is; dat God, de belofte van Christus' komst - aan Abra-ham gedaan - ook wáár maakt. (Genesis 12:3).
De geslachtsregisters dienen ten diepste nergens anders toe dan om aan te tonen, dat God - werkende in de lijn van de geslachten - Zijn Woord gestand doet; dat Hij Zijn trouw bewaart van geslacht tot geslacht, en dat Hij die trouw bevestigt in de komst van Christus in het vlees.
Na de geboorte van Christus tref je in de Bijbel nergens een stamboom meer aan.
Dat is ook niet nodig, want de Beloofde is geboren.
God heeft Z'n belofte heerlijk vervuld!
Ook Lukas komt met een stamboom van de Heere Jezus (Hoofdstuk 3).
Het verschil tussen beide stambomen is opvallend.
Mattheüs - die voor de Joden schrijft - begint bij Abraham;
Lukas - die zich vooral tot de heidenen richt - gaat terug tot Adam.
Mattheüs maakt de Joden duidelijk, dat de belofte die God aan Abraham - hun aller vader - gedaan heeft, in vervulling is gegaan.
Lukas toont aan, dat de genade die door Christus is aangebracht, zich uitstrekt tot de gehele wereld.
Zouden we - aldus Calvijn - alleen het geslachtsregister van Mattheüs hebben, dan zou de weg tot Christus voor de Jóden openstaan, maar voor de heidenen gesloten zijn.
Dan zouden wij zonder Christus zijn, vreemdelingen van de verbonden der belofte, geen hoop hebbende, en zonder God in de wereld (Efeze 2:12).
Maar als Lukas ons vertelt, dat Christus ook de Zoon van Adam is, dan weten we dat Zijn genade zich niet alleen uitstrekt tot de Joden, maar tot allen, die van Adams geslacht zijn.
En van Adam stammen we allen af. Adam is onze vader.
In hem zijn we van God afgevallen in zo'n diep verderf, dat we daarin voor eeuwig zouden moeten omkomen.
Maar nu is hét wonder, dat God uit dat verloren mensengeslacht Zijn Zoon heeft doen opkomen.
Hij komt ons te hulp in onze diepe verlorenheid.
Als dát geen Evangelie, geen blijde boodschap, is!
Jezus Christus, de Zoon van Adam!
Dat wil zeggen: Heel de wereld kan zalig worden.
Niemand behoeft verloren te gaan.
God is, in Christus, de wereld met Zichzelf verzoenende.
Mattheüs heeft het geslachtsregister uiterst nauwkeurig opgesteld.
Hij heeft er een bepaald systeem in gebracht.
We lezen in vers 17 over 3 x 14 geslachten.
Dat zijn 42 geslachten.
In de symboliek van deze getallen ligt een prediking.
Zes is het getal van de mens; zeven is het getal van God, het volmaakte getal. 42 geslachten, dat is 6 x 7.
Aan de komst van Christus zijn 6 zeventallen voorafgegaan.
Het zevende zevental begint met Christus. Daarmee begint de nieuwe heilstijd. In Hem vangt de ware rust, de ware Sabbat aan.
Die getallen 7 en 6 - de getallen van God en mens - laten ons zien dat Christus, de Zoon van God, de mensen in alles gelijk geworden is, behalve de zonde.
Hij nam ons vlees aan.
Hij is van ons geslacht.
In Hem is de belofte vervuld, die God aan Abraham deed, toen Hij zei:
"Gij zult een Zoon ontvangen en in Hem zullen alle geslachten van het aardrijk gezegend worden".
Dat Jezus mens geworden is, blijkt ook uit de namen die in de stam-boom vermeld staan.
Over die namen valt over het algemeen niet zoveel goeds te zeggen.
't Is een geslacht van zondaren.
In Mattheüs 1 wordt ons de mens getekend, zoals hij door de zonde geworden is. Daar zien we hoe de kroon van de schepping is ontluis-terd. Daar wordt ons de val van de mens nog eens in zijn volle diepte voorgesteld.
Daar ontmoeten we Jakob.
Zijn naam betekent hielelichter, bedrieger.
En toch..... Jakob was een stamvader van Christus.
We vinden er Juda.
Welk een groot kwaad deed hij, toen hij zich overgaf aan de lusten van zijn boze vlees door zich in te laten met een publieke vrouw.
En toch..... Juda was een stamvader van Christus.
Daar staat David.
Niet voor niets lezen we in vers 6 dat hij, de koning, Salomo gewon bij degene, die Uria's vrouw was geweest.
Onverbloemd wordt ons hier het leven van David in moord en overspel voor ogen geschilderd.
En toch.....David was een stamvader van Christus.
We treffen er Joram aan.
Een koning, die de God van zijn vader Josafath verlaten had, en de inwoners van Jeruzalem en Juda hoereren deed; die in een brief van Elia het oordeel aangezegd kreeg vanwege zijn grove zonden en omdat hij z'n eigen broeders met het zwaard gedood had.
En toch..... Joram was een stamvader van Christus.
Ook Manasse staat erbij.
Die voor zijn bekering zijn zoon door het vuur deed gaan; die guichelarij pleegde en op vogelgeschrei acht gaf; die de waarzeggers en de duivels-kunstenaars raadpleegde.
Van wie we lezen, dat hij zeer veel kwaad deed in de ogen des Heeren om Hem tot toorn te verwekken.
En toch..... Manasse was een stamvader van Christus.
We vinden er Achas, die deed naar ál de gruwelen der heidenen; die het zilver en goud van de tempel verkwanselde aan de koning van Assyrië, en die de deur van het huis des Heeren op slot deed, omdat hij met God en Zijn dienst gebroken had.
En toch.....Achas was een stamvader van Christus.
In het geslachtsregister treffen we ook vier stammoeders aan.
Opvallend is het, dat de namen van Sara, Rebekka, Lea en Rachel, het geheiligde viertal uit de Joodse traditie, er niet in voorkomen.
Wie we er wel aantreffen?:
Thamar, die haar vrouwelijke eer prijs gaf,
en Rachab, die we kennen als de hoer van Jericho,
en Ruth, de Moabietische; een vervloekte, een heidin, geboren buiten het verbond,
en Bathseba, die zich - nadat haar man Uria nog maar net op het slag-veld het leven gelaten had - aan David tot vrouw gaf.
En toch..... het zijn allen stammoeders van Christus.
En ook van de niet-genoemde stamvaders geldt: Ze hebben gezondigd en derven de heerlijkheid Gods.
Ziet U, hoe diep Christus is afgedaald!
Hoe zou U het vinden als Rachab, de hoer, uw moeder en Manasse, de bruut, uw vader was?
Hoe zou U reageren als uw stamboom overal verspreid werd?Als wij met anderen over onze familie spreken, dan noemen we wél de klinkende namen: mijn vader is ingenieur, mijn grootvader was burgemeester.
Maar Christus heeft het goed gevonden, dat iedereen wist, dat Hij stamde uit een geslacht van wetsovertreders, van diep gevallen zon-daars.
O God, waarom hebt U dat toegestaan? Hij liet dat toe, opdat wij ónze afkomst zouden leren kennen.
Als de Heilige Geest ons de stamboom van Christus laat zien, dan gaan we daarin ook ónze naam invullen.
Dan steken we niet langer de beschuldigende vinger uit naar David, of naar Bathseba, of naar wie dan ook, maar dan zeggen we: "Zo één ben ik er nu ook; uit zo'n geslacht ben ik geboren".
Dan gaan we belijden, dat we van top tot teen verdorven zijn, en dan rijst de grote adventsvraag: "Hoe komt dat ooit nog goed? Hoe krijg ik, hoe krijgen mijn kinderen ooit nog een genadig God?”
En als de Heilige Geest dan onze ogen opent, dan putten we troost uit deze - zo op het eerste gezicht - droge opsomming van namen, die begint en eindigt met de naam van Jezus Christus.
Dan leren we verstaan, dat Hij er zich niet voor geschaamd heeft, diep gevallen zondaren Z'n zusters en broeders te noemen.
Hij, die van Goddelijke afkomst is!
Wat een vernedering!
Is het ooit te begrijpen, dat de eeuwige, reine Zoon van de Vader, de hemelse heerlijkheid heeft willen verlaten om af te dalen naar deze vervloekte aarde? Dat Hij Zich inliet met hoeren en tollenaren? Dat Hij voor een vraat en wijnzuiper uitgemaakt wilde worden?
Daarom is dit Evangelie enerzijds een ergernis voor de fatsoenlijke mens, voor de Farizeeër en Schriftgeleerde, maar anderzijds een onein-dige troost voor allen, die hun afkomst hebben leren kennen, en als melaatsen moeten uitroepen: "Onrein, onrein!"
Gaat er zó, bij het lezen van het boek van het geslacht van Jezus Christus, geen zee van ruimte open? Niemand is nu meer te slecht, te goddeloos, te diep gezonken, of er is in Christus zaligheid en redding.
Het geslacht van Adam heeft geen toekomst meer.
Dat is ten dode opgeschreven.
Maar als de Heilige Geest onze naam afvoert van de rol, waarboven de naam van Adam staat, en ons schrijft op de lijst van de tweede Adam; de lijst, waarboven de naam van Jezus Christus staat, dan zijn we naar het vlees nog wel uit Adam, maar naar de geest uit Christus geboren.
Dan krijgen we een nieuwe naam, die niemand kent, dan die hem ontvangt.
En dat is nu mogelijk voor niemand uitgezonderd.
Dát leert ons het boek van het geslacht van Jezus Christus.
Maar het vertelt ons nog meer.
Behalve dat het ons verkondigt dat we afkomstig zijn uit een geslacht van zondaren, wijst het geslachtsregister ons ook nog op Christus' Goddelijke afkomst.
De catechismus leert ons, dat de Middelaar en Verlosser - om voor de zonde te kunnen betalen - niet alleen waarachtig en rechtvaardig mens moest zijn, maar ook waarachtig God.
Nu… dat Kind, dat daar ligt in de kribbe van Bethlehem is Gods Zoon.
De Engel had het al tegen Maria gezegd: "Dat Heilige, dat uit U geboren zal worden, zal Gods Zoon genaamd worden."
Als dat Kind, gelegen daar in die kribbe, nu alleen maar uit dat verloren zondaarsgeslacht geboren zou zijn, dan zou alles nog verloren zijn.,
maar ziet.....Hij is wel uit zondaren geboren, maar niet door tóedoen van zondaren.
Hij is niet uit de wil van de man, maar uit God geboren (Johannes 1:13).
En dat nu is het wonder.
Lezen we het boek van het geslacht van Jezus Christus aandachtig, dan zien we de eeuwige, natuurlijke Zoon van God Zich als het ware door de geschiedenis heen voortspoeden naar de vleeswording.
Voor het woord geslacht (vers 1) staat in de grondtekst het woord Genesis. En Genesis betekent wording! Dat brengt ons bij het eerste bijbelboek. Daar lezen we over de wording van de wereld, en over de mens, en over het paradijs, waar alles zong en jubelde tot eer van God.
Maar Genesis verkondigt ons ook de vérwording van mens en wereld.
Het vertelt ons hoe de vreselijke zonde de lusthof van deze wereld in de diepste duisternis dompelde.
Alle vrede en blijdschap waren ineens verdwenen. Ze hadden plaats gemaakt voor schrik en vrees.
De ganse schepping zuchtte onder de vloek, die over het aardrijk geko-men was, en de drievoudige dood had zijn intrede gedaan.
In zo'n wereld nu breekt de eerste lichtstraal door.
God belooft een herschepping: Het vrouwenzaad zal het slangenzaad de kop vermorzelen.
En we zien daarna hoe God door de geslachten heen bezig is Z'n belofte te vervullen.
Steeds duidelijker predikt ons het Oude Testament Zijn naderende komst. Als Noach zijn zonen toespreekt, zegt hij: "Gezegend zij de Heere, de God van Sem", en zo wordt bekend, dat Jezus niet uit het geslacht van Cham of Jafeth, maar uit het zaad van Sem geboren zal worden.
Later roept God Abraham uit Ur en voorzegt hem de komst van de Verlosser uit zijn geslacht.
Als Jakob op z'n sterfbed ligt, zegt hij tegen Juda: "Gíj zijt het, de scepter zal van Juda niet wijken, totdat Silo komt."
Weer later belooft de Heere, dat de Zaligmaker uit het geslacht van David zal voortkomen.
En hoe dichter de volheid des tijds nadert, des te meer komen we te weten.
De profeet Micha - die leefde in de tijd van Jesaja - wees de plááts aan, waar Jezus geboren zou worden, als hij zegt: "En gij, Bethlehem Efratha! zijt gij klein om te wezen onder de duizenden van Juda? Uit U zal Mij voortkomen, Die een Heerser zal zijn in Israël".
En Daniël maakt de tíjd van Christus' komst bekend.
Nog 70 jaarweken zal het duren. Nog 490 jaar dus.
Zoals bij het opkomen van de zon de hemel steeds lichter wordt, zo werd de lucht rood gekleurd door de beloften van God over de komen-de Verlosser.
Het heeft er naar menselijke berekeningen niet altijd even rooskleurig uitgezien, dat Gods beloften nog eens vervuld zouden worden.
Zijn komst is vaak door het onmogelijke heengegaan.
't Begon al bij - de in onze tekst genoemde - Abraham.
Hoe zou de Beloofde nu geboren kunnen worden uit twee zulke oude mensen?
Abraham en Sara stonden voor een totale onmogelijkheid.
Niettemin sprak de Heere: "Zou voor Mij iets te wonderlijk wezen?" (Genesis 18:14). En zie..... "door het geloof heeft Sara kracht ontvangen om zaad te geven. Daarom zijn ook van één, en dat van een verstorvene, zovelen in menigte geboren, als de sterren des hemels". (Hebreeën 11:11 en 12).
Bij Izak, Abrahams zoon, dreigt de lijn naar de komende Zaligmaker opnieuw af te breken. Rebekka was onvruchtbaar, zo lezen we (in Genesis 25:21). Maar de Heere liet Zich verbidden, en in Jakob liep de gouden draad door.
Welke pogingen heeft satan al niet ondernomen om de opmars van het eeuwige Woord naar Christus' vleeswording te stuiten!
De Farao van Egypte beval, dat alle pas geboren jongetjes in de Nijl geworpen zouden worden.
Opnieuw dreigden de beloftenissen hun vervulling te missen.
Dat was ook het geval toen Haman krachtens een wet van Meden en Perzen toestemming van koning Ahasveros kreeg om alle Joden - zonder uitzondering - uit te moorden.
En als de goddeloze Athalia het gehele zaad van David uitroeit, lijkt het erop dat satan opnieuw zijn doel bereikt heeft.
Maar de duivel zal het laatste woord niet hebben.
Farao verdronk, Athalia werd gedood en Haman opgehangen....en God ging door!
Niemand kon dat keren.
Toen de volheid des tijds gekomen was, waren er echter maar een paar mensen in Jeruzalem, die de vertroosting van Israël verwachtten, met nog enkele herders in het veld.
Ongetwijfeld zullen ze met Asaf gezongen hebben:
"Zouden Zijn beloftenissen
Toch nog hun vervulling missen?"
In de glorierijke dagen van David en Salomo had het allemaal wel gekund, maar 't lijkt nu haast onmogelijk. De machtige boom van Davids rijk was niet meer dan een afgehouwen tronk.
En toch.....als God werkt, wie zal het dan keren?
In het boek van de wording van Jezus Christus lezen we:
"Maria baarde haar eerstgeboren Zoon, de lang Beloofde".
En de Adventskinderen snellen naar Bethlehem en zingen:
"God heeft gedacht aan Zijn genade,
Zijn trouw aan Israël nooit gekrenkt",
want....."wat Hij aan Davids huis had toegezegd
dat wou Hij ons nu schenken!"
Het boek van het geslacht van Jezus Christus werd door God zelf geschreven.
God zelf keek naar een verloren mensengeslacht om.
En zo is het nog! Het heil in die geboren Zaligmaker wordt alleen ons deel als God er zelf aan te pas komt.
Toen Christus in Bethlehem geboren werd, was er bij de mensen voor Hem geen plaats.
Ook wij laten Hem - van nature - in ons leven niet toe, ook al zingen we nog zo hard: "Nu zijt wellekome!" Hij is niet welkom.
Maar zoals Christus eenmaal door de onmogelijkheden heen geboren werd, zo komt Hij nóg in een mensenleven. God legt door Zijn Geest Christus in de kribbe van ons hart, in de bees-tenstal van ons leven.
Het boek van het geslacht van Jezus Christus leert ons, dat God zich inlaat met een geslacht, waar niets goeds van te vertellen valt, met wederspannigen en goddelozen.
Maar de zonde van Juda hield Hem niet tegen; ook het overspel van David niet, evenmin de heidense afkomst van Ruth.
Zou die God veranderd zijn? Is Zijn arm verkort?
Waar alle menselijke wegen lijken dood te lopen, daar breekt Hij door al onze onmogelijkheden heen.
Daarom kan het nog!
Mensen, die uit Adam geboren zijn, kunnen nog zalig worden, dank zij die geboren Zoon uit het huis van Abraham en David.
Mattheüs is met zijn Evangeliebeschrijving een nieuw boek begonnen.
Zijn boek vormt de inleiding tot het Nieuwe Verbond.
Een nieuwe tijd is aangebroken, want in Bethlehem is nieuw leven gebo-ren. De geboorte van de grote Davids Zoon maakte wedergeboorte mogelijk.
Wat van ons en onze kinderen geldt: In zonden ontvangen en in ongerechtigheid geboren, geldt niet van dat Kind in de kribbe.
Door Hem is in ons doodsdal de deur van de hoop geopend.
In Hem ligt het leven.
Hij is gekomen om te zoeken en zalig te maken, wat verloren was.
Hij nodigt U uit tot Hem te komen.
Haast U dan nog naar Bethlehem.
Daar is geboren het Christuskind.
Daar begint het nieuwe leven.
Is dat geen rijk Woord?
't Kan pas echt Kerstfeest worden als we door de Heilige Geest op onze knieën bij de kribbe van Bethlehem worden gebracht; als we het Kind - in doeken gewikkeld - daar zien als de schoonste van alle mensen-kinderen en ontdekken, dat genade op z'n lippen is uitgestort.
Dan beseffen we ook, dat Hij in het geslachtsregister van zondaren moest voorkomen, wilde er voor ons een mogelijkheid zijn om te wor-den geschreven in het boek des Levens.
De namen, die daarin staan, kunnen nooit meer aangetast worden door de tand des tijds, omdat ze daarin geschreven zijn door het bloed van het Lam, en omdat de naam van Christus in dat boek de eerste en de laatste is.
Hoe kunt U het volhouden tegenover zoveel Goddelijke liefde?
Lees maar veel in het geslachtsregister van Mattheüs 1.
Dat houdt U laag bij de grond. Dat doet U voortdurend uw afkomst kennen, maar dat doet U ook des te groter van de Heere spreken.
Nóg mogen we dit Evangelie horen. Hoe lang nog?
We zijn mensen van de dag en onze dagen zijn boos. Er komt een dag - en wie weet hoe snel - dat het boek van Gods genade voorgoed dichtgaat. Hoe zult U dan ooit uw onbetaalde rekeningen nog kunnen voldoen?
Nog wenkt U, nog dringt U als broeder Gods Zoon.
De deur van de stal in Bethlehem staat nog open. Ga er heen!
Loop uit het huis van Adam weg. Snijd de band met zijn familie maar door. Zeg hem het ouderlijk gezag gerust op, want zijn geslacht is ten dode opgeschreven.
En voeg U bij die andere familie, bij het geslacht van die tweede Adam.
Dan krijgt U Rachab, en David, en allen, die van genade hebben leren leven tot uw familie. Dan wordt U lid van die grote familie, waarvan Jezus Christus de oudste broeder is. Dan bent U op reis naar het land, waar verloren Adamskinderen een eeuwig thuiskomen vinden.
Jezus, die zo nederig werd geboren, zit nu in de heerlijkheid, aan de rechterhand van Zijn Vader.
De grote dag van Zijn toekomst nadert. Dan zullen de boeken worden geopend en de doden worden geoordeeld uit hetgeen daarin geschreven staat.
Dat is de dag, waarop het werk van Christus voltooid zal zijn.
Dan zal God het voor hen, die in het register van Jezus Christus geschreven staan eeuwig waar maken:
Ik zal U tot een Vader zijn,
en gij zult Mij tot zonen en dochteren wezen!
Zingen: Psalm 98 : 2