‘Jezus willen zien met een omweg' (Joh. 12:20-26)
Een vraag van sommige Grieken, die opgekomen waren om op het feest tot aanbidding te komen was: 'Wij wilden Jezus wel zien?'Wat geweldig, dat nu zelfs het gerucht van Jezus van Nazareth was door gedrongen tot in Griekenland toe. Zij wilden gewoon Jezus zien, daar is niets mis mee. Het godsdienstige volk van Jeruzalem wil Jezus immers ook tot koning maken. Straks zullen ze hun klederen voor Hem op de weg neerleggen als Hij Zijn intocht houdt in de aloude stad Jeruzalem. Hij,
Die zoveel wonderen en tekenen had verricht, Dat moest hun Koning zijn. Ze hebben zelf geproefd hoe goed de Heere is, Hij vermenigvuldigde de broden en de vis. 3000 en 5000 werden gespijzigd en ze hielden over. Een Koning in de nabijheid en altijd overhouden. En al ging de gebrokenheid inmiddels door in het leven, Deze Die in hun midden hebben de geneest de zieken, doet blinden weer zien, laat doven weer horen, lammen en gehandicapten wandelen en huppelen weer rond, ja zelfs doden worden uit het graf verlost. Hosanna, Hosanna, gezegend is Hij, Die daar komt in de Naam des Heeren. Van heinde en verre was men gekomen om dit mee te maken. Een grote schare die zich om Jezus heen verdringt, zodat huizen overvol zijn. Dat, als je bij Jezus wil komen je een vriend door het dak moet laten zakken. Jezus wordt op straat door velen aangeraakt waardoor een heilbegerige, bloedvloeiende vrouw verhinderd wordt bij Hem te komen. En als er in de schepping eens vreselijke tijden aan zouden breken? Geen nood, Jezus is het Die ook de wind en de zee gebieden kan dat ze zwijgen. Ze willen Jezus als Koning. Met zo'n Koning kun je voor de dag komen, dan zullen de volkeren toestromen, dan zal het nationaal en internationaal goed gaan. Zie maar: er komen al Grieken die naar Jezus informeren.
Dat spectaculaire willen ze ook wel zien, dat attractieve, dat wonderlijke willen ze ook aanschouwen. Ze gaan niet rechtstreeks tot Jezus maar met een omweg. 'Dezen gingen tot Filippus'. Was het heilbegeerte die hen dreef, ging het hun om de zaligheid van hun ziel, waren ze vervuld met de ware
aanbidding op het feest? Als we in het Evangelie lezen van de tollenaren en zondaren die bevreesd waren over hun ziel, dan wordt er van hen gezegd dat ze rechtstreeks tot Jezus gingen. Zij gingen niet eerst tot Filippus of Andreas of tot welk mens dan ook, maar zij gingen rechtstreeks tot Christus. Zij zagen dat Hij de heilsfontein was voor hun arme, geknakte en gebogen zielen, en de hele wereld kon hen er niet van weerhouden dat ze tot Jezus gingen, en niemand was in staat hen daar van af te houden. Als een vrouw met een heilbegerig hart weet dat Jezus in het huis van een Farizeeër brood eet, dan komt ze daar en zet zich neer aan Zijn voeten en giet haar hart en wezen voor Hem uit. Ze vraagt geen vergunning, ze vraagt niet om toestemming, aan niemand, ze kon niet blijven staan, stort haar ziel uit aan de voeten van de Zaligmaker. En zo is het nu nog! Waar de last van de zonde het hart bezwaart, waar het gemoed geperst wordt door een brandend geweten, waar je de ogen niet opwaarts durft te heffen, daar dring je door de schare heen om tot Christus te komen. Je zou het toch uitroepen: 'Maak plaats, dat ik tot Hem uitga, tot Hem zal zeggen: Heere hier ben ik, was mij, reinig mij door Uw bloed, door Uw volbrachte werk, anders moet ik sterven. Laat mij het horen uit Uw mond, uit Uw hart, Ik voor u, daar gij anders, de eeuwige dood had moeten sterven.' Toestemming vragen aan mensen? Een omweg zoeken om tot Jezus te gaan? Waar heilbegeerte verwekt is, daar is het: 'kom ik om, dan kom ik om, maar ik zal tot deze Koning gaan. Geef mij Jezus of ik sterf.'
De Grieken willen Jezus zien met een omweg. Zacheus klimt in een boom. Herodus wilde Jezus ook weleens zien om van Hem een teken te krijgen. En de schare wilde Jezus wel zien. 'Gij zoekt Mij, omdat gij van de broden gegeten hebt en verzadigd zijt geworden'. Sensatie en attractie, Jezus is een schouwspel geworden. Maar hoe snel kan dan de meegemaakte emotie omslaan in het tegenovergestelde. De Grieken zijn voorzichtig, waarschijnlijk vanwege de toenemende weerstand en vijandschap die zich meer en meer gaat aandienen. De woede van de geestelijke leidslieden en de godsdienstige mensen werd al erger en erger. De vreze voor mensen brengt een strik, zegt de spreukendichten
Als Johannes vanuit de discipelkring ons deelgenoot maakt wat voor betekenis Jezus voor hem heeft, dan horen wij hem belijden: 'Wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als van de eniggeboren Zoon van de Vader, vol van genade en waarheid.' Alleen, en dat geldt voor de kerk van alle eeuwen en plaatsen, dan mogen we zijn wie we zijn, discipel, apostel, leerling, volgeling, christen, we leren de werkelijkheid en volle heerlijke betekenis van Jezus kennen, als we zien op de meest eenvoudige gelijkenis van de tarwekorrel.
Daarin verklaart Jezus ten eerste dat de Grieken niet met heilbegeerte tot Hem kwamen, en over hun hoofden heen tot allen die hun leven willen behouden zonder te sterven. Want zo de tarwekorrel in de aarde niet valt en sterft zo blijft het 'alleen'. Het geheim van de woorden die Jezus in dit gedeelte spreekt is, dat in Hem de stervenswet wordt tot een Levenswet. 'Want die zijn leven zal verliezen om Mijnentwil die zal hetzelve behouden.'
En wat is ooit het mooiste en het werkelijk schoonste wat de wereld is getoond? Ja, ik weet: dat is een ergernis voor de godsdienstige mens, en een dwaasheid voor de weldenkende mens. Maar het is voor de Kerk het leven. Geopenbaard in het sterven van Jezus. Waarom werd Hij als een tarwekorrel in de aarde gelegd, waarin heel Zijn lijden en sterven tot uitdrukking komt? Waarom moest Hij zo diep Zijn lichaam en ziel laten verbreken? Waarom moest Zijn bloed vloeien? Was het niet hierom, omdat er een grote vloek op alle mensen rust. Is het niet omdat de toorn van God als een zwaard boven deze aarde zweeft? 'Maar als ik Mijn ziel tot een schuldoffer gesteld zal hebben, zal Gods welbehagen door Mijn hand gelukkiglijk voortgaan. En zo wanneer Ik van de aarde zal verhoogd zijn, zal hen allen tot Mij trekken. Jezus dan zeide tot hen: 'Nog een kleine tijd is het Licht bij ulieden; wandelt, terwijl gij het Licht hebt, opdat de duisternis u niet bevange. En die in de duisternis wandelt, weet niet, waar hij heengaat. Terwijl gij het Licht hebt, gelooft in het Licht, opdat gij kinderen des Lichts moogt zijn.' En zegt Jezus uiteindelijk tot de Grieken en tot ons allemaal als waarschuwing:
'En weggaande verborg Hij Zich van hen'.
En ons gebed is: 'Heere, trek mij en ik zal U nawandelen'.
Ds. C. Gielen, Middelharnis