Davids oproep m.b.t. Gods lof
'Loof den HEERE, mijn ziel...' (Psalm 103: 2)
Psalm 103 is een bekende en geliefde psalm. Hij wordt regelmatig gezongen. David is de grote voorzanger. En hij zingt op hoge toon. Daar heeft hij blijkbaar alle reden toe. David is geconfronteerd geworden met de dood. 'De dagen des mensen zijn als het gras, gelijk een bloem des velds, alzo bloeit hij. Als de wind daarover gegaan is, zo is zij niet meer, en haar plaats kent haar niet meer' (verzen 15 en 16). Maar de man Gods is bewaard gebleven. 'Maar de goedertierenheid des HEEREN is van eeuwigheid en tot eeuwigheid over degenen, die Hem vrezen, en Zijn gerechtigheid aan kindskinderen' (vers 17). Daarom: 'Loof den HEERE, mijn ziel'
Als je deze psalm doorleest, dan komt het woordje "loven" veelvuldig voor. De hele schepping wordt opgeroepen de Heere te loven. De engelen worden ook met name genoemd. Loven, dat betekent "goed spreken van"; "goede woorden spreken over". Spreek goed van de Heere, wereld. En gij, mijn ziel, loof gij Hem bovenal.
Wat een wereld! Een wereld waarin de Heere wordt geloofd en geprezen. Het fluiten van de vogels, het is tot eer van God; de kleurrijke bloemen, ze gewagen van de heerlijkheid van God; de ondergaande zon die in rode kleuren aan de horizon verdwijnt, spreekt van de majesteit van God. En nu het aangrijpende: nu is er één schepsel dat de lof aan God niet bezingt; een schepsel begiftigd met een mond en verstand: de mens. U en ik. Wij spreken wel goede woorden (althans dat denken we), maar over onszelf. We verheffen ons. We spreken over de Heere geen goede woorden. We gebruiken onze mond op een heel verkeerde manier. We vloeken; slechte woorden sprekend over de Heere. We mopperen: niet eens met de weg die de Heere in ons leven gaat. We roddelen. En soms zo geniepig: "Zeg heb je het ook gehoord van ...? Ik zeg het alleen tegen jou, hoor. Niet aan anderen vertellen. Niet laten blijken dat je het van mij weet." Paulus benoemt het heel scherp: 'Hun keel is een geopend graf; met hun tongen plegen zij bedrog; slangenvenijn is onder hun lippen; welker mond vol is van vervloeking en bitterheid'
(Rom. 3: 13 en 14). De apostel spreekt hierin niet alleen over een ander. Nee, het gaat over u, jou en mij. Heel persoonlijk. Laten we onze mond er eens op nakijken. Onze woorden geven aan wat er leeft in ons hart. De Heere zou rechtvaardig zijn als Hij ons voor eeuwig voorbij zou gaan en zou zeggen: "Werp hem/haar uit in de buitenste duisternis." Niemand zou kunnen zeggen: "Heere, wat doet U?"
En nu het grote wonder: God doet dat niet. Hoe kan dat? Hoe is het mogelijk dat David zingt: 'Loof den HEERE, mijn ziel.'? Dat is niet omdat er enige reden in u of mij ligt. Er is er Eén geweest, Die heeft gezegd: "Vader, Ik zal gaan. Ik kom; in de rol des boeks is van Mij geschreven." De Borg. Hij, de Zoon van God wordt Zoon des mensen. Van Hem geldt: Dies loof Ik Hem Mijn leven lang. Hij heeft nooit anders gedaan dan de eer van Zijn Vader op het oog gehad; goede woorden over Zijn Vader gesproken. Hij kon met recht zeggen: "Ik heb U verheerlijkt op de aarde" (Joh. 17: 4a). Hij is de Borg, Die voor eerrovers van God, de schuld ook t.a.v. hun mond heeft betaald. Hij heeft het loflied gezongen. O.a. aan het eind van Zijn leven. 'En als zij den lofzang gezongen hadden, gingen zij uit naar den Olijfberg' (Markus 14: 26). Toen heeft Jezus meegezongen. Deze bedoelde lofzang hadden de Psalmen 115-118 tot inhoud. 'De banden des doods hadden mij omvangen, en de angsten der hel hadden mij getroffen; ik vond benauwdheid en droefenis' (Psalm 116: 3). Maar ook: 'Ik zal niet sterven, maar leven; en ik zal de werken des HEEREN verkondigen' (Psalm 118: 17).
Wat werkt het uit dat Hij Zijn leven lang goede woorden van God heeft gesproken? De lofzang! Tegen de donkere achtergrond van het zondaarsbestaan. De engelen begonnen: 'Ere zij God in de hoogste hemelen, en vrede op aarde, in de mensen een welbehagen' (Lukas 2: 14). En als Jezus ten hemel is gevaren, keren de discipelen terug, 'lovende en dankende God' (Lukas 24: 53).
Hoe is het gesteld met onze mond? Hebben we op de toonhoogte van de schuldbelijdenis Gods lof al mogen bezingen? Goede woorden mogen spreken van Hem, Die zo goed is voor des doods schuldigen? Als we hier op deze aarde in beginsel iets van die lofzang, door onze tranen van boetvaardigheid heen, hebben leren zingen, zullen we straks eeuwig in dat koor mogen meezingen: 'Door U, door U alleen, om 't eeuwig welbehagen' (Psalm 89: 7; ber.).
Ds. Jongejan
Om de vorige meditaties en foto's na te lezen klik hier.